6 september 2026

Rustig aan in Carry-le-Rouet.

Op zondag vertrokken we naar Fos-sur-Mer, waar we uiteindelijk tot dinsdagochtend bleven liggen. De kapitein had nog wat klusjes aan de boot te doen en we bleven net wat te lang babbelen met de buren.


Dinsdagochtend werden de trossen dan toch losgegooid en voeren we naar Carry-le-Rouet. We wilden het deze keer liever wat dichter bij huis zoeken. Omdat er die week 's nachts vrij veel wind stond, bleven we er tot vrijdagochtend liggen.

De eerste avond kregen we meteen gezellig bezoek voor de apéro! De vrienden van de boot naast ons stonden namelijk voor een gesloten deur. Onze buren hadden zich in het afgesproken uur vergist en waren nog niet terug aan boord. In afwachting van hun komst kwamen hun vrienden er bij ons gezellig eentje meedrinken. Het werd een ontzettend leuke kennismaking!



Tussendoor trokken we onze wandelschoenen aan voor een tocht van zo'n tien kilometer. Het oorspronkelijke plan was om wat verder te lopen, maar met temperaturen rond de 30 graden besloten we de route toch maar in te korten. Tijd om het bijbootje te pakken en het water op te gaan!
















Bij vertrek was de zee rustig maar even later waren er golven en kregen we zo nu en dan een verfrissende douche op ons bootje.

Als je de ene ziet, zie je vaak ook de andere. Als je een schriftbaars (serran écriture in het frans) ziet, zit er vaak een octopus in de buurt. Wat opzoekwerk leert ons dat het is omdat wanneer de octopus over de bodem beweegt en in rotsspleten zoekt naar krabben en garnalen, schrikken er kleine visjes en schaaldieren op. De schriftbaars hangt heel dicht boven of naast de octopus om deze opgeschrikte prooien razendsnel weg te kapen. De octopus heeft het te druk met zoeken of heeft liever ander voedsel, waardoor de schriftbaars vrijwel niet het risico loopt om zelf gepakt te worden.





De kapitein zag een draad met daaraan een bruine tandbaars (mérou brun in het frans). Jonge exemplaren leven op lage diepte nabij rotsen en spleten langs de kust van de Middellandse Zee. Naarmate ze ouder en veel groter worden, trekken ze naar dieper water. Ze worden vrijwel allemaal geboren als vrouwtje. Pas wanneer ze volwassen zijn en een lengte van zo'n 80 tot 90 cm bereiken (meestal rond hun 10e tot 12e levensjaar), veranderen de grootste exemplaren in een mannetje. Ze kunnen heel oud worden, soms wel meer dan 50 jaar. Dit visje op de foto is nog klein. Een volwassen exemplaar kan uitgroeien tot wel 1,5 meter lang en meer dan 30 kilo wegen. Deze vis zal echter niet oud worden want het is ons niet gelukt om de draad met haak uit zijn bek te verwijderen.





Sausset-les-Pins
Op vrijdagnamiddag waren we terug in Beaucaire en begon de "werkweek" met het poetsen van huisjes en zwembaden.